SITTARD- Het einde van carnaval wordt in Sittard al 38 jaar op dezelfde wijze gemarkeerd: met het begraven van het masker op de Kollenberg door De Mander. Maar dit jaar trekt de stoet voor het laatst de berg op. De vastelaovend is zo van karakter veranderd, dat de traditie aanpassing behoeft volgens De Mander. "Zo'n veertig jaar geleden trokken er zo'n tweeduizend mensen mee de Kollenberg op om het masker te begraven. Nu zijn dat er nog zo'n 150.Wanneer wij op carnavalsdinsdag 's avonds rond elf uur het masker gaan begraven, komt het voor dat ze in sommige kroegen de vloer al aan het dweilen zijn”, zegt Jacques Pfennings van De Mander.
De carnavalsdinsdag is niet meer wat die geweest is. "Carnaval is naar voren geschoven”, zegt Pfennings, verwijzend naar het succes van 't Kanon van 't Balkon, het evenement dat al op zaterdag de Markt met carnavalisten vult. De dinsdagavond brengt mede hierdoor steeds minder mensen op de been. "Ook zijn er steeds minder mensen die aswoensdag vrij nemen”, zegt Pfennings. Omdat er op woensdag weer gewerkt wordt, maken steeds minder carnavalisten het op de dinsdagavond nog laat. "Na het appelsiene sjmiete op dinsdagmiddag is het voor de meesten wel gedaan.” Vroeger was dat wel anders. "Het feest ging toen na Aswoensdag vaak nog door, omdat een kroeg bijvoorbeeld nog een nonnevottebal op donderdag hield. Voor De Mander was dat destijds reden het einde van carnaval goed te markeren, door het masker te begraven op dinsdagavond.” Wegens beperkte belangstelling vindt dit jaar dus voor het laatst de tocht naar de Kollenberg plaats. "We bespreken nog of we de ceremonie extra cachet kunnen geven”, zegt Pfennings. Vanaf volgend jaar vindt de afsluiting van carnaval op dinsdag rond 18.00 uur plaats op de Markt, waarna De Mander later op de avond in besloten kring het masker op de Kollenberg begraaft.SITTARD- Het einde van carnaval wordt in Sittard al 38 jaar op dezelfde wijze gemarkeerd: met het begraven van het masker op de Kollenberg door De Mander. Maar dit jaar trekt de stoet voor het laatst de berg op. De vastelaovend is zo van karakter veranderd, dat de traditie aanpassing behoeft volgens De Mander. "Zo'n veertig jaar geleden trokken er zo'n tweeduizend mensen mee de Kollenberg op om het masker te begraven. Nu zijn dat er nog zo'n 150.Wanneer wij op carnavalsdinsdag 's avonds rond elf uur het masker gaan begraven, komt het voor dat ze in sommige kroegen de vloer al aan het dweilen zijn”, zegt Jacques Pfennings van De Mander.
De carnavalsdinsdag is niet meer wat die geweest is. "Carnaval is naar voren geschoven”, zegt Pfennings, verwijzend naar het succes van 't Kanon van 't Balkon, het evenement dat al op zaterdag de Markt met carnavalisten vult. De dinsdagavond brengt mede hierdoor steeds minder mensen op de been. "Ook zijn er steeds minder mensen die aswoensdag vrij nemen”, zegt Pfennings. Omdat er op woensdag weer gewerkt wordt, maken steeds minder carnavalisten het op de dinsdagavond nog laat. "Na het appelsiene sjmiete op dinsdagmiddag is het voor de meesten wel gedaan.” Vroeger was dat wel anders. "Het feest ging toen na Aswoensdag vaak nog door, omdat een kroeg bijvoorbeeld nog een nonnevottebal op donderdag hield. Voor De Mander was dat destijds reden het einde van carnaval goed te markeren, door het masker te begraven op dinsdagavond.” Wegens beperkte belangstelling vindt dit jaar dus voor het laatst de tocht naar de Kollenberg plaats. "We bespreken nog of we de ceremonie extra cachet kunnen geven”, zegt Pfennings. Vanaf volgend jaar vindt de afsluiting van carnaval op dinsdag rond 18.00 uur plaats op de Markt, waarna De Mander later op de avond in besloten kring het masker op de Kollenberg begraaft.
Nonnevot (soms: nonnenvot) of strik is een typisch Limburgs gebak(je) in de vorm van een lus met een losse knoop. Het gebakje komt oorspronkelijk uit Sittard, en wordt traditioneel met carnaval (Vastelaovend) of nieuwjaar gegeten. Tegenwoordig vinden nonnevotten het hele jaar aftrek bij de Limburgse bakker. Nonnevotten bestaan uit meel, gist, melk, zout, boter, basterdsuiker en (zonnebloem)olie of reuzel, en worden gefrituurd.
Het gebak is al zeer oud, want in 1676 werd het al aangeboden aan de Franse bevelhebbers die de stad Sittard wilden innemen. Waar de naam ‘nonnevot’ precies vandaan komt is niet geheel duidelijk, want er zijn verschillende verklaringen voor deze merkwaardige naam in omloop. Eén van deze verklaringen is dat de zusters Franciscanessen, die tussen 1600 en 1700 een klooster hadden in Sittard, dit frituurgebak gaven aan mensen, die lompen en vodden brachten waarvan de opbrengst voor de armen bestemd was. Een andere verklaring luidt dat de naam afkomstig is van de strik die nonnen vroeger op hun achterwerk (oppe vot) droegen.
In Heerlen noemt men een nonnevot ook wel ‘sjtrikke’ of ‘poeffele’.
De term Alaaf is een carnavals-groet afkomstig uit de Keulse Carnavals-traditie.
De oudste schriftelijke vermelding van het woord is te vinden in een petitie van Vorst Metternich aan de Keulse Keurvorst in het jaar 1635. Oorspronkelijk is het een uitroep bij het uitbrengen van een dronk. Sinds het begin van het moderne Carnaval in 1823 wordt “Kölle Alaaf” in Keulen gebruikt als begroeting tussen Carnavalsvierders. In andere Duitse steden luidt de carnavalsgroet: Helau. Ook in België maakt men gebruik van de term. In grote carnavals zoals Aalst, Ninove en Halle, begroeten vierders elkaar steevast met alaaf.
Over de herkomst van het woord Alaaf bestaan twee lezingen. Sommigen zeggen dat Alaaf een verbastering is van het woord elf. Elf is immers het “gekkengetal”, denk aan de “Raad van Elf“. Anderen zeggen dat Alaaf afkomstig is uit het oud-Keulse dialect; “all af”, hetgeen zou betekenen “alles weg”; Dit is gegrond op de oorsprong van de carnaval, namelijk dat voor de vastentijd al het goed spijs en drank op moest; “Kölle Alaaf” (“Keulen Alaaf”) zou verder ook kunnen betekenen “(behalve) Keulen, alles weg” of “Keulen voor alles”. Het gebruik van het woord Alaaf komt voor in veel carnavalstradities, voornamelijk op de linkeroever van de Rijn. Ook in carnavalstradities in Nederland wordt de term gebruikt, met name in plaatsen langs de Duitse grens zoals Kerkrade.
Wanneer Alaaf wordt geroepen, brengt men de rechterhand gestrekt naar de linkerzij van het hoofd en beweegt men de hand voor langs het gezicht terug naar rechts.